Eerder schreef ik een recensie over het boek Nee bestaat niet in China van Arie Haan. Daarin wordt een vergelijking getrokken met de voetbalcultuur in China en hoe je zakelijk met Chinezen om zou kunnen gaan. Vandaag was er weer voetbal op tv en met de Chinese inbreng in eredivisionist ADO Den Haag en bovendien nieuws van Wesley Sneijder die met Sport8 iets wil gaan betekenen in China. Kortom voetbal is hotter dan ooit in China. En hoewel er onder de jeugd nog geen of slechts met mondjesmaat sprake is van een competitie en er onder de universiteiten bij mijn weten nog niet zo’n grote competitie plaatsvindt als in de Verenigde Staten komen ze wel met iets nieuws: de Sport8 app voor mensen die trainer willen worden. Wordt vervolgd.

http://en.yibada.com/articles/28977/20150424/sport8-app-launched-aimed-promoting-football.htm

Boekrecensie Nee bestaat niet in China
Voetballegende Arie Haan is vanaf 2002 actief als trainer in China van voornamelijk het Chinese nationale elftal en Tianjin Teda (op het moment van schrijven van dit artikel staat deze club derde in de hoogste Chinese divisie, de Super League). In zijn laatste boek, Nee bestaat niet, beschrijft Haan de parallellen die hij ziet tussen werken met Chinezen op het trainingsveld en in het bedrijfsleven. Elk hoofdstuk behandelt een ander thema en wordt afgesloten met de visie van bekende personen uit het bedrijfsleven. Aan het eind van het boek worden wat praktische tips voor zakelijke bijeenkomsten en adressen gegeven.
Dat levert op zich hele aardige inzichten op, zoals het feit dat je als trainer of ondernemer de gewenste creativiteit van je spelers of werknemers zult moeten trainen omdat daar in de traditionele Chinese opvoeding geen ruimte voor is. Dat Chinezen in vele opzichten behoefte hebben aan een generaal, een leider in het veld. Dat je moeite moet doen voor een meer persoonlijke aanpak. En dat je Chinezen meer nog dan westerse mensen kunt prikkelen met onderlinge competities en vooral geld als stimulerend middel in kunt zetten. En uiteraard hoe je ervoor kunt zorgen dat Chinezen geen gezichtsverlies leiden (dat je ze moet leren dat je in het voetbal ook naast kunt schieten, dat Europese voetballers dat ook vervelend vinden, maar dat je wel door moet gaan). Hoewel deze inzichten voor iemand met enige ervaring in China niet nieuw zullen zijn blijft het leuk om te lezen hoe verschillende mensen hier in de praktijk mee omgaan.
Het boek is vlot geschreven en makkelijk leesbaar. Wat iemand met kennis van de Chinese taal ook op zal vallen is dat de Chinese woorden die niet in karakters worden weergegeven niet in het officiële transcriptiesysteem worden weergegeven, maar in de uitspraak volgens de schrijver zelf (de sterke drank baijiu wordt zo beijo)wat helaas en wat onverzorgde+ indruk achterlaat. Daarbij worden sommige thema’s, zoals het samenstellen van een team uit mensen met verschillende kwaliteiten, in verschillende hoofdstukken herhaald, waardoor de indruk kan ontstaan, zij het niet te sterk aanwezig, van een ‘gelijk geven aan de auteur’. Daar tegenover staan dan wel weer de verschillende oplossingen die de leidinggevenden, dus de generaals, hiervoor aangedragen hebben, overigens zonder de indruk te geven dat dat wat zij hebben gedaan de manier is om het te doen. Al met al behandelt het boek op zich weinig nieuwe thema’s maar is het een leuke aanwinst voor ondernemers die hun eerste stappen in China gaan zetten of al gezet hebben.

Uitgeverij Edicola
ISBN: 978-94-91172-95-3